
Turbulente
tijden.
We schrijven 1965; de Beatles zijn druk bezig aan hun stormachtige carrière,
Romerdam bouwt nijver aan haar metro en de RTM is juist een volle dochter van
de Nederlandse Spoorwegen geworden. Dit laatste voorspelt niet veel goeds. Romerdam
wil de RTM de stad uit hebben, ten gunste van de toekomstige metrolijn richting
Spijkendrecht, terwijl de NS van mening is dat secundair vervoer niet over rails
afgewikkeld dient te worden. Beide instanties blijken nauw samen te werken.
In 1965 exploiteert de RTM nog de navolgende interlokale tramlijnen:
" Romerdam - Rontugaal - Hoogvaart - Spijkendrecht - Brielvliet - Oostkanje.
" Romerdam - Rontugaal - Hoogvaart - Spijkendrecht - Zuidveld - Duvelshoornsluis.
Deze tramlijnen zijn het restant van een eertijds uitgebreid tramnet op de Zuid
Hollandse en Zeeuwse eilanden en vormen de laatste vertegenwoordigers van de
vroeger zo uitgebreide (stoom -) tramnetwerken van Nederland, zoals de NZH,
de GTW, de NTM, etc.

Waar
de trams zijn opgeheven verzorgt de RTM per bus en vrachtauto respectievelijk
het personenvervoer en het goederenvervoer op de diverse eilanden, waarbij de
veerverbindingen per schip tussen de eilanden ook door de RTM geëxploiteerd
worden.
Het tramnet wordt voornamelijk gebruikt voor personenvervoer; het goederenvervoer
wordt hoofdzakelijk per vrachtauto afgewikkeld. Dat juist de beide bovengenoemde
lijnen als tram hebben weten te overleven, komt door de vrij grote aantallen
reizigers die vervoerd moeten worden, terwijl het wegennet op de eilanden nog
vooroorlogs te noemen is. De lijn Romerdam - Oostkanje is zeer populair in de
zomer vanwege de grote aantallen Romerdammers die de mooie stranden bij Oostkanje
opzoeken. De lijn Romerdam - Duvelshoornsluis moet de vervoersstromen van de
eilanden naar Romerdam verwerken, die per veerpont naar Duvelshoornsluis aangevoerd
worden. Intensief busvervoer over de smalle wegen naar Romerdam is in deze gevallen
geen optie.
Het materieel.
De RTM zet voor haar trams zowel dieselmechanische als dieselelektrische tractiemiddelen
in, onderverdeeld in motorwagens, locomotieven en een tramstel. Er staan nog
drie stoomlocomotieven in een hoekje van de werkplaats, maar deze hebben sinds
1961 niet meer gereden. Vrijwel alle aanwezige tractiemiddelen dragen dierennamen.
Dagelijks gebruikt worden de al wat bedaagde dieselmechanische motorwagens MABD
1802 de Zwaluw, MABD 1803 de Kluut, MABD 1804 de Kievit, de dieselelektrische
motorwagen MABD 1602 de Reiger en de dieselelektrische locomotieven MD 1805
de Meeuw, M 1806 de Bergeend, M 1807 de Scholekster en de houten M 67.Voor rangeerwerk
staat de M1651 Puttershoek ter beschikking.
De modernisering is ingezet met de indienststelling in 1963 van het dieselelektrische
tramstel 1701-1700-1702 de Sperwer.
De Sperwer is een
creatieve vondst, waarbij twee volelectrische Düwag trams, z.g. Grossraumwagens,
worden gekoppeld aan een tussenrijtuig, waarin de dieselmotor en de generator
gebouwd zijn. Géén van de wagens kunnen afzonderlijk rijden; wel
is het mogelijk om één van de Düwags af te koppelen. Het
tussenrijtuig heeft daartoe aan beide zijden een stuurstand.
Verder staat er een variëteit aan personen - en bagagerijtuigen ter beschikking.
Gevecht om de
toekomst.
De RTM trotseert de zware druk van de NS en de gemeente Romerdam om tramexploitatie
stop te zetten. Het heeft met de constructie van de Sperwer bewezen, dat het
verouderde stoomtrammetje met zijn tijd meekan. De Sperwer bezit alle technieken
van de moderne electrische trams, waaronder zelfs railremmen. Tevens betoogt
de RTM dat het met bussen op de smalle wegen niet dezelfde prestaties kan leveren
als met de, soms vaak lange, trams. Aan de andere kant heeft het geen zin om
de RTM lijn in Romerdam parallel aan de toekomstige Metrolijn te handhaven.
De drie partijen komen uiteindelijk tot het volgende compromis:
Nu de toekomst is veiliggesteld kan de RTM het moderniseringsprogramma, dat met de bouw van de Sperwer is ingezet, verder voortzetten.
Modernisering
van de baan.
Na afloop van de zware zomerdienstregeling op 23 september 1965 rijdt de MABD1602
de Reiger met de rijtuigen 1509 en 1508 de laatste rit over de lijn van Spijkendrecht
naar Oostkanje. Onmiddellijk wordt gestart met de ombouw of, indien nodig, de
vernieuwing van de baan. Overbodige rangeer - en goederensporen worden verwijderd,
de haltes krijgen moderne abri's en er wordt een lichtseinstelsel aangelegd.
Bussen proberen de dienst ondertussen zo goed mogelijk te onderhouden. Eind
oktober is het werk gereed en wordt de tramdienst weer hervat.
Op 6 november is het traject tussen Romerdam Anjelierenstraat en Spijkendrecht
aan de beurt. Nadat de Sperwer, als het 'trammetje van half vijf', de laatste
dienst uit Romerdam gereden heeft, kan ook hier het werk beginnen. Naast de
bovengenoemde moderniseringen wordt, met behulp van de vrijgekomen materialen
van de lijn naar Oostkanje, ook de verbinding naar het Zuidplein aangelegd.
Begin februari 1966 wordt de lijn weer opgeleverd tot de Anjelierenstraat, want
de opening van de Metro naar het Zuidplein wordt niet voor 1968 verwacht.
Nu kan aan de laatste lijn van Spijkendrecht naar Duvelshoornsluis begonnen
worden. Op 14 februari 1966 trekt de M1806 de Bergeend de voorlopig laatste
tram op dit traject, bestaande uit de rijtuigen 1505, 1513, 1508 en 1515. In
Duvelshoornsluis wordt de lijn dubbelsporig herlegd van de tramstation aan de
veerhaven tot na Vlotbrug, waarbij de tracering reeds wordt aangepast aan de
uitbreidingsplannen van de gemeente Duvelshoornsluis. De lijn wordt hierbij
ingepast in de toekomstige woonwijk en het geplande winkelcentrum. Wanneer eind
mei 1966 de modernisering van de baan geheel gereed is, dus voor de zomerdienstregeling,
is de RTM klaar voor de toekomst.
Het lot van het
huidige materieel.
Met het besluit om de baan te moderniseren, is ook tot een modernisering van
het rollend materieel besloten. Zodra nieuw materieel beschikbaar komt, zullen
voorlopig alleen de beste tractiemiddelen beschikbaar blijven. De dieselmechanische
motorrijtuigen zullen worden afgevoerd. Deze rijtuigen dateren uit de twintiger
jaren van de vorige eeuw, maar zijn in de jaren vijftig ingrijpend verbouwd.
De MABD1804 Kievit wordt voor museumdoeleinden gereserveerd. Van het dieselelectrische
materieel gaat de houten locomotief M67 naar het Spoorwegmuseum, als vertegenwoordiger
van de succesvolle overgang van stoomtractie naar motortractie bij de Maasbuurtspoorweg
tussen Nijmegen en Venlo. De M67 is nooit van uiterlijk veranderd en rijdt nog
steeds in haar MBS gedaante rond. De locomotief M1806 Bergeend heeft een gescheurd
frame en zal t.z.t. ook worden afgevoerd; de dieselmotor, de generator en de
draaistellen met de tractiemotoren gaan dan over op de identieke M1807 Scholekster,
die wegens haar geringe vermogen nooit veel gereden heeft. Aldus blijven over
de motorwagen MABD1602 Reiger, de locomotieven MD1805 Meeuw, M1807 Scholekster,
het Sperwerstel 1701-1700-1702 en rangeerloc M1651 Puttershoek.

Het nieuwe materieel.
Hoewel het aanvankelijk de bedoeling is om een serie Sperwer-achtige tramstellen
te bouwen, blijken er op de tweedehands markt geen grossraumwagens meer te koop
te zijn. Wel komen hier en daar de eerste enkelgelede tweerichtings Düwags
in de aanbieding. Omdat de RTM in opdracht van de Lymbergse Streekvervoer Maatschappij
reeds een generator in een middenbak bouwde (zie het artikel De internationale
tramlijnen van Noordrijn Zuid Lymberg), besluit met met gelede trams verder
te werken. Als eerste worden in 1967 de MB1703 Aalscholver en MB1704 Roerdomp
in dienst gesteld.
De capaciteit van deze wagens is kleiner dan de capaciteit van de Sperwer. In de spits doen ze meestal gekoppeld dienst, buiten de spits rijden ze solo. Voor een volgende serie wagens wordt gekozen voor verlengde achtassers. Dit worden de, analoog aan de LSM-tram verbouwde, MB1705 Ooievaar en de MB1706 Lepelaar, die in 1968 op de baan verschijnen. In 1969 verschijnt de identieke MB1707 Reiger (II).
Sic transit gloria mundi.
Bij het indienststellen van de MB1703 en 1704 in 1967 verdwijnen de MABD 1802
Zwaluw en MABD1803 Kluut. In 1968 komen de MB1705 en 1706 in dienst en dit betekent
het exit voor de M67 en de M1806 Bergeend. De MABD1602 Reiger draagt haar naam
in 1969 over op de MB1707. Gesloopt worden de MABD1802, MABD1803 en M1806. Als
museumtram blijven bewaard de MABD1804 Kievit, MABD1602 Reiger (I), MD1805 Meeuw
en M1651 Puttershoek, terwijl de M67 in het Spoorwegmuseum staat. De omgebouwde
M1807 Scholekster blijft voor hand - en spandiensten in gebruik. De drie stoomlocomotieven,
met de nummers 50, 54 en 56, zijn door vrijwilligers met steun van het bedrijfsleven
gerestaureerd en rijden regelmatig nostalgische stoomtramritten.
Lagevloertrams.
In de negentiger jaren komt het fenomeen van de lagevloertram opzetten. Ok de
RTM besluit een proef te doen. Hiertoe wordt in 1995 de MB1708 Python in dienst
gesteld. Na uitgebreide proefnemingen zal hoogstwaarschijnlijk een serie worden
besteld, die t.z.t. de gelede Düwags zullen gaan vervangen. De proefwagen
is 5-delig en heeft nog een apart motorcompartiment. De nieuwe serie zal zevendelig
worden, van het type Combino uit dezelfde serie als de Bambino's voor het Duitse
Nordhausen. Het trambedrijf van Nordhausen heeft een aantal van haar driedelige
Combino's (vandaar Bambino's) vanaf de Siemensfabrieken laten uitrusten met
een dieselaggregaat om via de sporen van de Harzquerbahnen naar Ilfeld te kunnen
rijden. Creatieve ideeën uit Romerdam vinden hun weg over de wereld ! De
moderne dieselmotoren en generatoren zijn zo klein, dat ze nu tussen de normale
apparatuur weggewerkt kunnen worden en een motorcompartiment overbodig maken.
Voor de RTM in de toekomst betekent dit dat ze in principe iedere moderne tram
voor bovenleidingloos bedrijf kan inzetten.