De modernisering van de Romerdamse Tramweg Maatschappij (RTM).


MABD 1804 Kievit onderweg als museumtram in juni 1992.

Turbulente tijden.
We schrijven 1965; de Beatles zijn druk bezig aan hun stormachtige carrière, Romerdam bouwt nijver aan haar metro en de RTM is juist een volle dochter van de Nederlandse Spoorwegen geworden. Dit laatste voorspelt niet veel goeds. Romerdam wil de RTM de stad uit hebben, ten gunste van de toekomstige metrolijn richting Spijkendrecht, terwijl de NS van mening is dat secundair vervoer niet over rails afgewikkeld dient te worden. Beide instanties blijken nauw samen te werken.
In 1965 exploiteert de RTM nog de navolgende interlokale tramlijnen:
" Romerdam - Rontugaal - Hoogvaart - Spijkendrecht - Brielvliet - Oostkanje.
" Romerdam - Rontugaal - Hoogvaart - Spijkendrecht - Zuidveld - Duvelshoornsluis.
Deze tramlijnen zijn het restant van een eertijds uitgebreid tramnet op de Zuid Hollandse en Zeeuwse eilanden en vormen de laatste vertegenwoordigers van de vroeger zo uitgebreide (stoom -) tramnetwerken van Nederland, zoals de NZH, de GTW, de NTM, etc.

Museumtram met lok 56 in december 2001.

Waar de trams zijn opgeheven verzorgt de RTM per bus en vrachtauto respectievelijk het personenvervoer en het goederenvervoer op de diverse eilanden, waarbij de veerverbindingen per schip tussen de eilanden ook door de RTM geëxploiteerd worden.
Het tramnet wordt voornamelijk gebruikt voor personenvervoer; het goederenvervoer wordt hoofdzakelijk per vrachtauto afgewikkeld. Dat juist de beide bovengenoemde lijnen als tram hebben weten te overleven, komt door de vrij grote aantallen reizigers die vervoerd moeten worden, terwijl het wegennet op de eilanden nog vooroorlogs te noemen is. De lijn Romerdam - Oostkanje is zeer populair in de zomer vanwege de grote aantallen Romerdammers die de mooie stranden bij Oostkanje opzoeken. De lijn Romerdam - Duvelshoornsluis moet de vervoersstromen van de eilanden naar Romerdam verwerken, die per veerpont naar Duvelshoornsluis aangevoerd worden. Intensief busvervoer over de smalle wegen naar Romerdam is in deze gevallen geen optie.

Het materieel.
De RTM zet voor haar trams zowel dieselmechanische als dieselelektrische tractiemiddelen in, onderverdeeld in motorwagens, locomotieven en een tramstel. Er staan nog drie stoomlocomotieven in een hoekje van de werkplaats, maar deze hebben sinds 1961 niet meer gereden. Vrijwel alle aanwezige tractiemiddelen dragen dierennamen. Dagelijks gebruikt worden de al wat bedaagde dieselmechanische motorwagens MABD 1802 de Zwaluw, MABD 1803 de Kluut, MABD 1804 de Kievit, de dieselelektrische motorwagen MABD 1602 de Reiger en de dieselelektrische locomotieven MD 1805 de Meeuw, M 1806 de Bergeend, M 1807 de Scholekster en de houten M 67.Voor rangeerwerk staat de M1651 Puttershoek ter beschikking.
De modernisering is ingezet met de indienststelling in 1963 van het dieselelektrische tramstel 1701-1700-1702 de Sperwer.

Tramstel 1701 - 1700 - 1702 de Sperwer.

De Sperwer is een creatieve vondst, waarbij twee volelectrische Düwag trams, z.g. Grossraumwagens, worden gekoppeld aan een tussenrijtuig, waarin de dieselmotor en de generator gebouwd zijn. Géén van de wagens kunnen afzonderlijk rijden; wel is het mogelijk om één van de Düwags af te koppelen. Het tussenrijtuig heeft daartoe aan beide zijden een stuurstand.
Verder staat er een variëteit aan personen - en bagagerijtuigen ter beschikking.

Gevecht om de toekomst.
De RTM trotseert de zware druk van de NS en de gemeente Romerdam om tramexploitatie stop te zetten. Het heeft met de constructie van de Sperwer bewezen, dat het verouderde stoomtrammetje met zijn tijd meekan. De Sperwer bezit alle technieken van de moderne electrische trams, waaronder zelfs railremmen. Tevens betoogt de RTM dat het met bussen op de smalle wegen niet dezelfde prestaties kan leveren als met de, soms vaak lange, trams. Aan de andere kant heeft het geen zin om de RTM lijn in Romerdam parallel aan de toekomstige Metrolijn te handhaven. De drie partijen komen uiteindelijk tot het volgende compromis:

  1. De RTM zal de tramexploitatie handhaven op de lijnen:
    a. Spijkendrecht - Oostkanje
    b. Spijkendrecht - Duvelshoornsluis
  2. De RTM zal het dieselelectrische bedrijf handhaven. Electrificatie van beide lijnen is niet gerechtvaardigd gezien de typische vervoerspieken tijdens de dagelijkse spits en tijdens de seizoenen.
  3. De RTM zal zich stapsgewijs, met het voortschrijden van de opening van de Metrotrajecten, terugtrekken uit Romerdam.
  4. De gemeente Romerdam verplicht zich telkens voor een goede infrastructurele aansluiting van de RTM op de tijdelijke eindpunten van de Metro zorg te dragen.

Nu de toekomst is veiliggesteld kan de RTM het moderniseringsprogramma, dat met de bouw van de Sperwer is ingezet, verder voortzetten.

Modernisering van de baan.
Na afloop van de zware zomerdienstregeling op 23 september 1965 rijdt de MABD1602 de Reiger met de rijtuigen 1509 en 1508 de laatste rit over de lijn van Spijkendrecht naar Oostkanje. Onmiddellijk wordt gestart met de ombouw of, indien nodig, de vernieuwing van de baan. Overbodige rangeer - en goederensporen worden verwijderd, de haltes krijgen moderne abri's en er wordt een lichtseinstelsel aangelegd. Bussen proberen de dienst ondertussen zo goed mogelijk te onderhouden. Eind oktober is het werk gereed en wordt de tramdienst weer hervat.
Op 6 november is het traject tussen Romerdam Anjelierenstraat en Spijkendrecht aan de beurt. Nadat de Sperwer, als het 'trammetje van half vijf', de laatste dienst uit Romerdam gereden heeft, kan ook hier het werk beginnen. Naast de bovengenoemde moderniseringen wordt, met behulp van de vrijgekomen materialen van de lijn naar Oostkanje, ook de verbinding naar het Zuidplein aangelegd. Begin februari 1966 wordt de lijn weer opgeleverd tot de Anjelierenstraat, want de opening van de Metro naar het Zuidplein wordt niet voor 1968 verwacht.
Nu kan aan de laatste lijn van Spijkendrecht naar Duvelshoornsluis begonnen worden. Op 14 februari 1966 trekt de M1806 de Bergeend de voorlopig laatste tram op dit traject, bestaande uit de rijtuigen 1505, 1513, 1508 en 1515. In Duvelshoornsluis wordt de lijn dubbelsporig herlegd van de tramstation aan de veerhaven tot na Vlotbrug, waarbij de tracering reeds wordt aangepast aan de uitbreidingsplannen van de gemeente Duvelshoornsluis. De lijn wordt hierbij ingepast in de toekomstige woonwijk en het geplande winkelcentrum. Wanneer eind mei 1966 de modernisering van de baan geheel gereed is, dus voor de zomerdienstregeling, is de RTM klaar voor de toekomst.

Het lot van het huidige materieel.
Met het besluit om de baan te moderniseren, is ook tot een modernisering van het rollend materieel besloten. Zodra nieuw materieel beschikbaar komt, zullen voorlopig alleen de beste tractiemiddelen beschikbaar blijven. De dieselmechanische motorrijtuigen zullen worden afgevoerd. Deze rijtuigen dateren uit de twintiger jaren van de vorige eeuw, maar zijn in de jaren vijftig ingrijpend verbouwd. De MABD1804 Kievit wordt voor museumdoeleinden gereserveerd. Van het dieselelectrische materieel gaat de houten locomotief M67 naar het Spoorwegmuseum, als vertegenwoordiger van de succesvolle overgang van stoomtractie naar motortractie bij de Maasbuurtspoorweg tussen Nijmegen en Venlo. De M67 is nooit van uiterlijk veranderd en rijdt nog steeds in haar MBS gedaante rond. De locomotief M1806 Bergeend heeft een gescheurd frame en zal t.z.t. ook worden afgevoerd; de dieselmotor, de generator en de draaistellen met de tractiemotoren gaan dan over op de identieke M1807 Scholekster, die wegens haar geringe vermogen nooit veel gereden heeft. Aldus blijven over de motorwagen MABD1602 Reiger, de locomotieven MD1805 Meeuw, M1807 Scholekster, het Sperwerstel 1701-1700-1702 en rangeerloc M1651 Puttershoek.

Rangeerlocomotief M1651 Puttershoek, december 2001.

Het nieuwe materieel.
Hoewel het aanvankelijk de bedoeling is om een serie Sperwer-achtige tramstellen te bouwen, blijken er op de tweedehands markt geen grossraumwagens meer te koop te zijn. Wel komen hier en daar de eerste enkelgelede tweerichtings Düwags in de aanbieding. Omdat de RTM in opdracht van de Lymbergse Streekvervoer Maatschappij reeds een generator in een middenbak bouwde (zie het artikel De internationale tramlijnen van Noordrijn Zuid Lymberg), besluit met met gelede trams verder te werken. Als eerste worden in 1967 de MB1703 Aalscholver en MB1704 Roerdomp in dienst gesteld.

Tramstel MB1703 Aalscholver.

De capaciteit van deze wagens is kleiner dan de capaciteit van de Sperwer. In de spits doen ze meestal gekoppeld dienst, buiten de spits rijden ze solo. Voor een volgende serie wagens wordt gekozen voor verlengde achtassers. Dit worden de, analoog aan de LSM-tram verbouwde, MB1705 Ooievaar en de MB1706 Lepelaar, die in 1968 op de baan verschijnen. In 1969 verschijnt de identieke MB1707 Reiger (II).


Sic transit gloria mundi.
Bij het indienststellen van de MB1703 en 1704 in 1967 verdwijnen de MABD 1802 Zwaluw en MABD1803 Kluut. In 1968 komen de MB1705 en 1706 in dienst en dit betekent het exit voor de M67 en de M1806 Bergeend. De MABD1602 Reiger draagt haar naam in 1969 over op de MB1707. Gesloopt worden de MABD1802, MABD1803 en M1806. Als museumtram blijven bewaard de MABD1804 Kievit, MABD1602 Reiger (I), MD1805 Meeuw en M1651 Puttershoek, terwijl de M67 in het Spoorwegmuseum staat. De omgebouwde M1807 Scholekster blijft voor hand - en spandiensten in gebruik. De drie stoomlocomotieven, met de nummers 50, 54 en 56, zijn door vrijwilligers met steun van het bedrijfsleven gerestaureerd en rijden regelmatig nostalgische stoomtramritten.

Tramstel MB1705 Ooievaar.

Lagevloertrams.
In de negentiger jaren komt het fenomeen van de lagevloertram opzetten. Ok de RTM besluit een proef te doen. Hiertoe wordt in 1995 de MB1708 Python in dienst gesteld. Na uitgebreide proefnemingen zal hoogstwaarschijnlijk een serie worden besteld, die t.z.t. de gelede Düwags zullen gaan vervangen. De proefwagen is 5-delig en heeft nog een apart motorcompartiment. De nieuwe serie zal zevendelig worden, van het type Combino uit dezelfde serie als de Bambino's voor het Duitse Nordhausen. Het trambedrijf van Nordhausen heeft een aantal van haar driedelige Combino's (vandaar Bambino's) vanaf de Siemensfabrieken laten uitrusten met een dieselaggregaat om via de sporen van de Harzquerbahnen naar Ilfeld te kunnen rijden. Creatieve ideeën uit Romerdam vinden hun weg over de wereld ! De moderne dieselmotoren en generatoren zijn zo klein, dat ze nu tussen de normale apparatuur weggewerkt kunnen worden en een motorcompartiment overbodig maken. Voor de RTM in de toekomst betekent dit dat ze in principe iedere moderne tram voor bovenleidingloos bedrijf kan inzetten.

Tramstel MB1708 Python.

Terug